Search
  • Miek

Een rare nachtmerrie

Voor de verandering hadden we een keer een rustige nachtdienst;

Alle patiënten lagen te slapen, de medicijnen voor de volgende dag waren uitgezet, de afdeling was opgeruimd, de kasten waren aangevuld, de ontslagpapieren voor de komende dag lagen gereed en het roosterbord was ingevuld.

Rond 03:30 hadden E., L. en ik zo'n beetje alles op orde en samen het plan gesmeed om een spelletje te spelen onder het genot van koekjes en thee.

"Ik ga nog even naar deze bel, maken jullie vast thee?" zegt mijn collega E. terwijl ze naar een kamer achterin de afdeling loopt.


L. en ik maken de thee en proeven alvast een koekje voor, als we ineens een harde brul horen. We rennen op het geluid af om E. oog in oog aan te treffen met Mw Y.

Een kleine Turkse dame, verblijvend op kamer 27, die vandaag voor een heup-OK is geweest.


Mw is niet groter dan 1.40m. Ongeveer 70 jaar.

Ze spreekt een enkel woordje Nederlands maar haar lichaamstaal maakt het wisselen van woorden overbodig.

Mw Y. is boos.

Heel boos.

Wat zeg ik? Woest!

In haar ogen lees ik pure razernij.

Met opgeheven borst en kin staat ze, ondanks haar vandaag geopereerde gebroken heup, wijdbeens tegenover E. (1.80m).

Ze houdt haar mond verbeten in een horizontale streep en in haar linkerhand een infuuspaal dienend als wapen én schild. Ze slaakt kreten die als grommen klinken en ze laat haar tanden zien.

Haar neusvleugels zijn wijd opengesperd en ze ademt zwaar.

Ze lijkt wel een beer.

"Pas op hoor" zegt E. "Ze is losgeslagen".


De aanblik van dit tafereel werkt op mijn lachspieren. En een fractie van een seconde denk ik met een lach de boel te kunnen de-escaleren als mw ineens begint te schreeuwen en met de infuuspaal hinkend op ons af komt stormen.


Ik bevind me in de openingsscene van een komische, doch angstaanjagende vechtfilm en doe niets anders dan het afweren van de infuuspaal waarmee de beer op ons in probeert te hakken.

Ondertussen grijpt ze met haar andere klauw geniepig onze vellen en trekt ze de haren uit onze hoofden. Ze zet haar tanden in al onze lichaamsdelen die langs haar muil komen.

Ze is sterk.

Supersnel.

En op een missie: op dit slagveld zijn wij haar vijand en als het aan haar ligt, gaan we eraan!

Nu zou je denken dat drie sterke jongen vrouwen wel een kleine 70 jarige dame kunnen overmeesteren?.....

Laten we het erop houden dat de verbazing ons lam deed slaan.


Alles dat Mw. Y. in haar handen krijgt werd naar ons toe geslingerd.

Ik zie een beker water en een fles deo voorbijkomen.

Gevolgd door een doos tissues, een tube tandpasta en bonbons (waar ik het ook tijdens de strijd tóch zonde van vind omdat chocolade lekker is).

L. krijgt het hele nachtkastje tegen zich aangeduwd, valt voorover en rijdt hangend op het nachtkastje de kamer door.

Ineens wordt het zwart voor mijn ogen en vraag ik me af of ik aan het hemelen ben, als dit wordt opgehelderd door E. die een deken van mijn hoofd af trekt.

Ik zie nog net dat L. via het nachtkastje op het bed terechtkomt en geef haar een hand om weer overeind te komen.


En zo plots als de oorlog begonnen was, eindigt het ook ineens.

Mw staat uitgeput en snakkend naar adem met betraande ogen tegenover ons.

De dreiging lijkt verdwenen en ze staat ons toe om haar in bed te leggen, waar ze vrijwel direct in slaap valt.

Dankbaar voor deze deus ex machina, verdelen we onderling de taken.

E. belt de dochter van Mw Y om haar te vragen bij haar verwarde moeder te verblijven. En L. en ik lopen, als de wiedeweerga, de bellen af van de 29 andere patiënten die geschrokken wakker zijn geworden van alle rumoer.

Trillend door de aangemaakte adrenaline geven we uitleg met sussende aaitjes, kloppen we kussens en lopen we af en aan met pijnmedicatie en po's.

Als de rust op de afdeling omstreeks 6u is wedergekeerd, is het al tijd om te beginnen met de ochtendronde voor controles, anti-biotica's en medicatie.


Als laatste ga ik naar Mw. Y. die nog steeds rustig ligt te slapen. Haar dochter zit naast haar.

Met bevende handen maak ik haar voorzichtig wakker om controles te doen en haar ochtendmedicatie te geven. Ze kijkt me aan met een blik, zo liefdevol, dat ik me even afvraag of ik het me misschien allemaal heb verbeeld?

Dan pakt ze mijn hand en brengt ze deze naar haar mond om er een handkus op te geven.

"Dankoewel zoester, jij lief" zegt ze. "Ik slecht slaap. Heel moe".

Ze neemt haar medicijnen met een paar slokken water, gaat weer liggen en doet haar ogen dicht.

"Ga maar slapen" zeg ik.

"Het was een nachtmerrie".





59 views0 comments

Recent Posts

See All

Het zijn mijn laatste weken als leerling in mijn eindstage op een revalidatie afdeling waar ik over mezelf leer dat ik het motiveren en stimuleren van patiënten één van de mooiste aspecten van dit vak

Ik ruik sigarettenrook op de gang. Het lijkt van kamer 30 te komen. De patiënt van die kamer is al eerder betrapt en aangesproken op stiekem roken. Ik verzorg de beste man vandaag voor het eerst en he

Ik heb me zojuist aan dhr voorgesteld en verteld dat ik de zuster van de avonddienst ben. Dhr heeft me geen seconde aangekeken terwijl ik dit deed. Meneer ligt op een 4p kamer in bed-C, bij het raam.